Teksten


INSPRAAK OP STRAAT 

Het lentegevoel was dit jaar verrassend vroeg in het land. Alsof de vroege lente de klimaatontkenners op hun nummer wilde zetten. Of was het toch een stiekeme steun van de natuur voor de bosbrossers, al dan niet met Greenpeace in de coulissen.... (sic). 

De klimaatbrossers hebben op geen tijd het klimaat tot een topthema van de verkiezingen gemaakt. De jeugd, in de lente van het leven, reageert tegen de gezapigheid van de overheid en wil haar toekomst niet laten kapen. Zij wenst dat de problemen nu al worden aangepakt om er later niet zelf voor te moeten opdraaien. Het nieuwe denken dat vooruit loopt op de feiten. Zij wil de toekomst grijpen. Zij doet dat met de dromen en een passie die een voorrecht zijn van de jeugd. Gelukkig maar. Ook al vereist de strijd tegen de opwarming een belangrijke verandering in economie en levensstijl. Evengoed is het een opstapje naar lange termijn denken in plaats van plannen tot de volgende verkiezingen. 

Dat de natuur verandert is een onbetwistbaar feit. Dat ziet een opmerkzame geest ook aan details. Zo vroeg een patiënt mij onlangs of ik al had opgemerkt dat je tegenwoordig geen insecten meer tegen de voorruit van de auto ziet kleven. Niet dus, laat staan dat ik daar bij had stilgestaan. Zonder bijen geen fruit denk je dan. Ik zie de fruitteler nog niet met een penseel in de bomen klauteren. 

Een ander fenomeen zijn de gele hesjes, die een Franse president danig op de heupen beginnen te werken. Schijnbaar uit het niets geboren, maar wel een symptoom van breuklijnen tussen bevolking en politieke leiders. Een ivoren toren die niet begrijpt hoe sommigen met twee lage inkomens niet rond kunnen komen.

Spontane acties en betogingen zijn potentieel bedreigend. Scholieren zijn dat alsnog niet, maar acties van gele hesjes die strijden om behoorlijk te kunnen overleven, kunnen uit de hand lopen. Wanneer ze geen duidelijke structuur hebben en geen leiding, ontbreekt ook het aanspreekpunt voor de overheid. 

Burgerinitiatieven zijn weer een ander fenomeen. Van een onschuldige bomenplantactie en acties tegen eenzaamheid tot de dikwijls bedenkelijke burgerwachten. Deze initiatieven claimen nogal eens het falen van de overheid. 

Vaak probeert men deze acties politiek te recupereren, al dan niet met zeer omzwachteld taalgebruik dat onvermogen en gebrek aan creativiteit moet verbergen. Maar actievoerders zijn al goed vertrouwd met dat fenomeen en leggen de vinger op de pijnpunten. Zij onderkennen ook meer en meer het verschil tussen de parlementaire democratie en de particratie. 

Maar je kan de geschiedenis niet stuiten. Elke belangrijke verandering in de geschiedenis is gekomen door een confrontatie van ideeën of een clash van generaties. Dat is een goede zaak. Evolutie is natuurlijk veiliger dan revolutie. Alhoewel we dankbaar moeten zijn voor de Franse revolutie. 

Dr. Karel DE KOKER          (Editoriaal Wetenschappelijke Tijdingen, maart 2019)


ARTSEN EN LOGICA

Het heeft tot de jaren 1800 geduurd tot de westerse artsen het inzicht kregen dat het weleens nuttig kon zijn de patiënt klinisch te onderzoeken. Tot dan beperkten ze dat tot het voelen van de pols en het urineonderzoek. Vandaar ook de talloze spotprenten over de ‘piskijkers’.  De humorale theorie van ziekte beleefde nog hoogdagen.  Wanneer echt iets moest gebeuren werd dat overgelaten aan de chirurgijnen die niet ‘academisch’ waren geschoold. Voor amputaties  op het slagveld, breuken zetten en verwijderen van blaasstenen bv. deinsden zij niet terug. Reguliere artsen voerden wel geregeld autopsies uit, maar dat betekende weinig voor de patiënt.

Sinds de Verlichting kwam de ‘orgaangeneeskunde’ aan bod en de Franse Revolutie maakte van Parijs het centrum van de geneeskunde. Theorie was voortaan gestoeld op waarneming en niet omgekeerd!

 Eigenlijk verrassend dat de ‘wetenschappelijke’ geneeskunde, met vallen en opstaan, nog maar goed tweehonderd jaar onder ons is. Dank zij de nieuwe manier van  filosofisch denken en onderzoeken uit de achttiende eeuw.

 Wetenschappelijke en medische kennis zitten in een stroomversnelling. Klinisch onderzoek wordt steeds meer aangevuld door een waaier van technische onderzoeken, geholpen door de basiswetenschappen. Een tsunami van wetenschappelijke artikels  wordt onoverzichtelijk en levert gelijk vlot controversen op.

Niemand schrikt ervan dat artsen medische opinies van collega’s ook in de lekenpers in vraag stellen. Het gewezen hoofd van het Nederlandse ‘Geneesmiddelenbulletin’ heeft recent een boek gepleegd met de veelzeggende ondertitel ’Waarom we zoveel medicijnen gebruiken die niet werken en niet helpen’.

Herinner u Tamiflu, in de VS niet toegelaten, maar hier vlot verdeeld door de overheid n.a.v. de Mexicaanse griep. Ook recent in vraag gesteld: primaire preventie met aspirine, criteria voor bloeddruk, richtlijnen preventie, voedingsrichtlijnen…

Een andere tsunami zijn de berg feiten die, met veel centen, verzameld worden. Big data zoals dat heet. Veel geld waard, niet alleen in de geneeskunde.  Die data beheren en verzamelen is geen sinecure. Alleen al door de selectie van de data gaat veel kennis verloren en kunnen data een eigen leven gaan leiden. Dikwijls is niet bekend hoe data tot stand zijn gekomen, wat hun oorsprong is en wat de betrouwbaarheid ervan is. Historici zijn daar goed in: het is hun vak.

Daar zit je dan op een hoop kennis, studies en gegevens die steeds minder te ontwarren zijn en dus ook minder bruikbaar of toepasbaar.

Artificiële intelligentie kan een handje helpen, maar is nog altijd een gereedschap of een instrument dat de mens kan bijstaan, maar hem de beslissing moet laten. Beeldherkenning zal bv. de radioloog verdachte beelden voorstellen en hem laten beslissen.

 Dan komt ook hier weer filosofie om de hoek kijken: hoe ver kan je gaan om belangrijke beslissingen uit handen te geven. Kan de computer zelfstandig de diagnose longkanker aan de patiënt meedelen? Is het ethisch om de recidiefkans van gevangenen, met oog op ontslag, te laten berekenen door het programma Compas, zoals men dat doet in de VS?  Of denk bv aan de drones die zelfstandig kunnen beslissen om  mensen uit te schakelen.

 Filosofie zou eigenlijk tijdens alle opleidingen, ook in het middelbaar, aan bod moeten komen. Kennis en training in het omgaan met feiten en beslissingsprocessen zijn goud waard.  Het vak logica is nauw verwant aan wiskundige vaardigheden. Niet alle studenten vinden dat leuk.

Tijdens de opleiding huisartsgeneeskunde wordt alleszins veel aandacht besteed aan besliskunde. De artsen van nu zullen wel ontsnappen aan de karikaturen van ‘piskijkers’, maar zullen binnenkort misschien worden uitgebeeld met een hoofd dat ingeplugd is in een computer.

 Dr. Karel DE KOKER                             (Editoriaal Wetenschappelijke Tijdingen, oktober 2018)



CONTROVERSEN VAN VANDAAG

Weinig mensen zijn een open boek. Zelfs de meest extroverten onder ons hebben toch een verborgen kantje. Dat houden ze liever voor zichzelf en daar hebben ook partner en intieme vrienden geen toegang. Daar is niets mis mee en niemand staat daar echt bij stil. Facebook, ook al eens fake-book genoemd, en andere sociale media hebben slechts de illusie van open communicatie geschapen, zonder dat dat veel diepgang heeft bijgebracht.
De toelatingsproef voor artsen zal worden hervormd. Tot heden is ze vooral een toetsing op wetenschappelijke kennis, met amper vier procent van de punten op communicatievaardigheid. Dat wordt bijgesteld.  Jawel, voortaan zal meer aandacht worden besteed aan de communicatievaardigheid en warempel ook aan het empathisch vermogen van de kandidaten. Hoe dat kan worden gemeten met meerkeuzevragen, dus niet door mensen van vlees en bloed, maakt me buitengewoon nieuwsgierig.

Het zal natuurlijk wel toeval zijn, maar net nu lijkt de artificiële intelligentie in een stroomversnelling te komen. Examens geneeskunde kunnen worden opgelost door computers volgestouwd met literatuur en algoritmes. Of ze dan ook nog een diagnose kunnen stellen is natuurlijk nog de vraag. Voor ze op patiënten worden losgelaten moet één en ander misschien nog ‘empathisch’ worden bijgesteld.
Het herkennen van beelden is andere koek en wint steeds meer veld. De performantie van deze programma’s stijgt zienderogen. Nu al worden computers ingezet om radiologiebeelden te analyseren. Zij kunnen zich meer en meer meten met ervaren radiologen. Komt binnenkort ook dermatologie in het bereik?

Artificiële intelligentie is natuurlijk meer dan patronen herkennen. De zelflerende computer is al onder ons. Nu al kan de computer op vier uur tijd vanaf nul zelfstandig de kennis verwerven waar een schaakmeester jaren voor gezwoegd heeft. Ook in medische toepassingen kan de computer zijn ‘gedrag en kennis’ aanpassen, dank zij de enorme input die door artsen en patiënten zal worden gegenereerd. Hij zal zelfs gebruik maken van de feedback die hij dan krijgt.

Artificiële intelligentie en robotisering zullen zorgen voor kortere werkweken waardoor we misschien moeite zullen ondervinden om de vrije tijd in te vullen…  De creativiteit  van de mens streeft naar de ontwikkeling van zelflerende computers. Die kunnen er dan voor zorgen dat we zelfs het denken kunnen uitbesteden. Meer gesofisticeerde computers kunnen dan een eigen karakter met emoties ontwikkelen en kennen woede, ontgoocheling en mededogen. Stel u voor dat de computers tegen de mensheid in opstand komen. Lijkt wel iets voor een sciencefiction horrorfilm.

Mensen worden koopwaar, de big data worden gratis door de consument verstrekt en zijn goud waard. Google alleen al verdient zowat dertig euro per gebruiker per jaar. U dacht toch niet dat Google het deed voor uw mooie ogen? Bedrijven betalen grof geld voor informatie om de consument een leefstijl aan te kunnen smeren. Ook de consument laat zich niet onbetuigd en wil vaak de utopie van de reclame najagen. Het laatste model mobiele telefoon wordt een hebbeding, zonder wordt het leven ondraaglijk. Het uiterlijk moet worden bijgeschaafd, zoals de gefotoshopte babes in de glossy magazines. Sommige artsen lenen er zich zelfs toe om gezonde mensen om te bouwen tot het uiterlijk van een of andere bekendheid of ze te voorzien van het siliconederriere van een bekend televisiefiguur. Zelfs een Barbie of Ken pop staat in de aanbieding.

De ontwikkeling van de medische technologie en de keuzemogelijkheden van artsen en patiënten zal ongetwijfeld nog voor controverse zorgen, misschien soms flirten met de grenzen van de deontologie en de maatschappelijke wenselijkheid.

Dr. Karel DE KOKER                                 (Editoriaal Wetenschappelijke Tijdingen, januari 2018)


CREATIVITEIT EN CONFLICT

Creatieve geesten kleuren al eens buiten de lijntjes. Zij verlaten de platgetreden paden en zorgen dan voor commotie in de goegemeente.
Semmelweis was zo een jonge rebelse arts aan het toonaangevende Weense universitaire ziekenhuis. Zowat dertig procent van de vrouwen die bij de artsen bevielen –niet bij de vroedvrouwen!- stierven aan kraamkoorts. Semmelweis hechtte geen geloof aan de metafysische verklaringen hiervoor van de gevestigde artsen. Hij durfde in 1847 zowaar voor te stellen om de handen met chloorwater te wassen als ze van de autopsiezaal naar de bevalling gingen! Met schitterend resultaat, en dat lang voor Pasteur de bacterie ontdekte.  Edoch, Semmelweis werd ontslagen, uit afgunst, maar ook omdat hij de liberale revolutie genegen was. Hij kwam helemaal op de dool en stierf geïnterneerd. Aan een infectie, door gebrek aan hygiëne…

Creativiteit, inventiviteit en durf sieren heel wat wetenschappers, die vaak moeten omgaan met tegenstand van de machthebbers. Denk maar aan Vesalius en Copernicus bv..
Maar ook kunstenaars die plots afweken van de gekende scholen hadden het vaak niet onder de markt. Van Gogh kon zijn schilderijen aan de straatstenen niet kwijt. Hij moest het eens weten…

Filosofen en politieke denkers kunnen zich helemaal uitleven in de conflictzone. Hun denken wordt soms afgedaan als utopisch en helemaal niet realistisch. Het zijn natuurlijk wel de machthebbers die zullen uitmaken wat realistisch is en wat bij de heersende orde hoort. De overheid bepaalt wat kan, de rest is provocatie die moet worden bestreden.
Dat is jammer, want het consensusdenken heeft zelden voor vooruitgang gezorgd. Zowat alle kantelmomenten uit de geschiedenis hebben een revolutionair kantje waarbij de lont wordt aangestoken door creatieve denkers, zelfs door utopische gedachten. Wat we nu vanzelfsprekend vinden was vroeger beslist bedacht door utopisten. Wij kunnen ons het huidige Europa niet indenken zonder de Franse Revolutie van 1789.

Het hoeft natuurlijk allemaal niet zo heftig te verlopen. Chantal Mouffe, een Belgische politiek filosofe die bij de wereldtop hoort, wijst erop dat een pluralistische maatschappij conflicten meebrengt. Alleen als die verschillende meningen ruimte krijgen komt er een inhoudelijk debat. Politieke partijen die naar elkaar toegroeien en extremen uitsluiten  leiden volgens haar naar populistisch extremisme.
Mouffe pleit dus voor “passie en confrontatie" in de politiek en in de besluitvorming. Geen consensusmodel, dat een bedreiging is doordat het conflicten uit de weg gaat, maar een conflictmodel dat botsing tussen tegenstrevers beheersbaar maakt.

De overlegcultuur mag dus wat meer pit hebben. Nu wordt vaak een en ander al voorgekauwd en aantrekkelijk verpakt voor het aan de basis, zoals dat dan heet, wordt voorgesteld. Dat sluit gelijk een creatieve bijdrage van de basis uit.
Vandaag ziet men dat in jonge bedrijven een autoritaire leiding meer en meer verlaten wordt. Leve de creativiteit van de werknemer. Volgens overheidsmanager Frank Van Massenhove is de thuiswerkende ambtenaar een stuk creatiever en meer probleemoplossend als hij niet onder onmiddellijke autoritaire leiding van zijn alziende baas staat.

Creativiteit leidt tot diversiteit en  meningsverschillen. Daar kunnen natuurlijk conflicten uit komen. Maar ook hier weer heeft ieder nadeel zijn voordeel: conflicten hebben een eigen creatieve factor die kan bijdragen tot vernieuwing en/of vooruitgang. Veel revolutionaire  en utopische gedachten van weleer zijn later een goed idee gebleken.
Gaan we binnen twintig jaar de self-doctor, een basisloon en een werkweek van dertig uur ook zo een zalig idee van toen vinden? Iedereen happy en stralend gezond, laat ons hopen…

Dr. Karel DE KOKER                                       (Editoriaal Wetenschappelijke Tijdingen, mei 2017)


Niet alles is wat het lijkt
Niet iedereen bezit beurswaarden. Maar wel Jef, Piet en Louisa. Die staarden de laatste maanden met steeds grotere ogen naar hun dalende waarden. Hun zuurverdiende centen en een pensioen verdampen steeds meer in een esoterische rook. Leuk is anders.
Gelijk bleven ook verantwoordelijken onzichtbaar, onbereikbaar en vooral ongrijpbaar. Duistere communicatie, want wie het zou kunnen weten, weet het ook niet. Of met minder zekerheid dan de huidige weerberichten. Onzekerheid troef. Eén ding werd zeker: het sprookje is uit en de sprookjesschrijvers voorzien geen happy end.

Door de internationale financiële en economische crisis komt de wereld tot het besef dat heden en toekomst een virtuele ruimte worden. De zwarte, met geld gevulde kous van weleer is niet meer. Vervangen door een zwart gat. Niets is wat het leek. De tastbaarheid van de wereld gaat verloren.
Vrienden van vlees en bloed – naar de geprezen VRT-serie-  worden ook steeds zeldzamer. Mensen eenzamer. Cafés, verenigingen, buurten en het dorpsplein hebben al langer ingeleverd. Chatvrienden en facebook nemen steeds meer de plaats in van sociale netwerken. Al blijkt wel eens dat het toetsenbord van die erotiek uitstralende Nathalie betokkeld wordt door een chagrijnig heertje. Op sommige tijdschriftenredacties maakt men zich vrolijk om de verzonnen getuigenissen en lezersbrieven. Onze omgeving wordt niet alleen toenemend bevolkt door ersatz, maar erger nog: door doodgewoon nepgebeurtenissen of non-events. 
Diezelfde virtuele wereld wordt binnenkort geconfronteerd met de harde realiteit. Als de crisis eraan komt, zal een verwende generatie zijn behoeften moeten bijstellen. Mentaal geen gemakkelijke klus. Materieel ook niet.
Een botsing tussen generaties dreigt er immers aan te komen. Zal de verarmde generatie zo genereus zijn om de pensioenen en voorzieningen van de vorige generatie te financieren? Of zal ze ouders en grootouders de rekening presenteren van argeloos en roekeloos potverteren?

Dr. Karel DE KOKER                                                 Editoriaal Wetenschappelijke Tijdingen, maart 2009


POMPELMOEZEN ANNO 2014

Celestine was die morgen op spreekuur uit haar gewone doen. Verontwaardigd vertelde ze dat de kruidenier in het dorp, overigens een eerbiedwaardig man, durfde te informeren welke medicamenten ze innam. En ze had gewoon vier pompelmoezen gevraagd. Wist Celestine veel dat ingevolge het ministerieel besluit van één april een bijsluiter zat bij pompelmoezen. Daarin werd gewaarschuwd voor interacties met medicatie. Volgens datzelfde ministerieel besluit was de winkelier verplicht kopers van pompelmoezen hierover te informeren. Raakte hij er zelf niet uit dan diende de huisarts gecontacteerd.
Nu was ze dat wel al gewend bij de apotheker. Die belde ook om de haverklap naar de huisarts omdat er, volgens het programma in zijn computer, iets niet klopte met haar medicatie. Het bleek telkens een maat voor niets, want dat programma waarschuwde voor het geringste. Dat van de dokter ook. Maar die woog dan het belang van die interactie af.

Hij kende haar ook goed, want hij hield al jaren haar GMDHA bij. Vroeger heette dat GMD. Maar om verwarring te voorkomen met het GMDPED, GMDGER, GMDGYN en GMDDERM had het een andere naam gekregen.
Nu was ze best tevreden over haar dokter. Alhoewel… die keer in oktober toen ze zo hoestte, had hij haar geen antibiotica geschreven. Vroeg die specialist, die ook haar GMDGER bijhield, waarom er geen antibiotica gestart waren. Haar huisarts had toen iets gemompeld over richtlijnen die hij diende te volgen, maar in de praktijk soms overschreden werden. Hij keek daarbij naar een poster aan de muur die ze nooit begrepen had: ‘'Absence of evidence is not evidence of absence'’.

Toch was ze haar dokter trouw gebleven. Hij was wel altijd solo blijven werken. Maar ze mocht hem dag en nacht bellen, wel niet voor prullen. Dat wisten ze onderhand in het dorp. En hij kwam zonder gezeur op huisbezoek. Niet dat ze daar misbruik van maakte. Maar het kwam al eens van pas. Zoals die keer dat haar jongste kleinkind hoge koorts had. Karolientje gaf geen kik toen ze bij oma op de sofa onderzocht werd. De dokter had haar dossier bij op laptop.
Hij zag er vroeger al eens moe uit, maar wel content. Dan ging het een periode minder. Burn-out noemen dokters zoiets. Ineens had hij dan afspraken gemaakt met andere soloartsen, voor als hij en keer afwezig was of er tussen uit wilde. Zo’n dokter heeft ook recht op ontspanning en familieleven, dat begreep ze wel. Die dokters konden ook haar dossier inkijken als ze haar plastiekkaartje met code gaf. Er wordt ook verteld dat die artsen regelmatig bijeenkomen om over probleempatiënten te spreken. Daar zijn dan soms ook verpleegkundigen en kinesisten bij.

Maar toch had ze liever haar eigen arts. In dat dossier stond immers niet alles. Zo wist die andere dokter niet eens dat haar hondje, Sloeber, vier weken tevoren gestorven was. Zijn nieren werkten niet meer.
Ze heeft ook vriendinnen die naar de groepspraktijk gaan. Dat werd door de minister aangemoedigd. Sommige dokters daar werken deeltijds. Eentje ervan doet ook nog in antiek, zeggen ze. Dat brengt meer op. Alhoewel de dokters de laatste tijd ook meer verdienen sinds ze een vast bedrag per jaar krijgen. Sindsdien vertrekken er minder naar Nederland. Die paperassen waar haar dokter vroeger zo om kon vloeken, leken ook verminderd.

De solopraktijken waren de laatste tijd weer meer in trek bij de patiënten. Een studie van Volksgezondheid had ook uitgewezen dat soloartsen zeker geen mindere kwaliteit leveren en dat de patiënten meer tevreden waren van het persoonlijk contact. Eigenlijk hadden ze gewoon een onderzoek van vroeger in Groot-Brittannië en Denemarken overgedaan. Het bleek wel dat het een grotere belasting was voor die artsen. Maar dat is hun probleem, dacht ze.

Het baarde haar meer zorgen dat er weer sprake van was om vanaf 85 jaar geen zorgen meer terug te betalen. Dat idee was tien jaar geleden gelanceerd door een Leuvense professor. Die man was onderhand wel hoogbejaard en misschien had hij zijn mening met het vergrijzen herzien. Maar zijn idee werd intussen toch maar weer opgerakeld door de belangrijke fractie extreemrechts in de regering. Die minister, die ooit waarschuwde voor een geneeskunde met twee snelheden gaat nog gelijk krijgen, dacht ze opstandig. En die rijke trezebel uit mijn buurt heeft geld genoeg, maar met mijn pensioentje zal dat niet lukken.
Nu had ze wel een euthanasiecontract met haar dokter, maar dit systeem vond ze toch even te gortig.

Ze nam haar boodschappentas met de vier pompelmoezen en ging met flukse pas naar huis. Celestine vond haar computer stand-by en pleegde terstond een e-mail, met een sarcastische lezersbrief naar haar lijfkrant.


Dr. Karel DE KOKER                                Editoriaal  Wetenschappelijke Tijdingen, april 2004.



NOOIT EN ALTIJD

Deze namiddag op huisbezoek in de stad. De bejaarde dame woont, alleen met een kat, in een appartementsgebouw van verdiepingen hoog. Zij had mij kunnen overhalen eens een bloedonderzoek te doen voor haar lusteloosheid. Klinisch onderzoek en luisteren naar het verhaal van een turbulent verleden hadden geen soelaas gebracht. Ook voor mij bracht dat labonderzoek natuurlijk wat meer zekerheid. Bij een lusteloze zeventigplusser weet je maar nooit. Telefonische geruststelling bleek niet genoeg, er mocht wat extra’s bij zijn: een uitvoerige bespreking op huisbezoek.

De vraag: ‘Zijt ge nu echt zeker dokter, dat ik niets mankeer?’, lag in de lijn van de verwachtingen. Dan antwoord ik nogal eens, met grote stelligheid, dat er twee woorden zijn die niet bestaan in de geneeskunde. Op vragende blikken: de woorden altijd en nooit.
Een meer indringend doordenkertje kan zijn: ‘Misschien heb ikzelf wel longkanker, maar zolang er geen röntgenfoto gemaakt is, heb ik er geen.’
Men moet de dag van vandaag wat oneliners in huis hebben.

Natuurlijk is dat maar een aanzet voor de discussie over wat de patiënt van de dokter of van de geneeskunde verwacht. Zo’n gesprek is niet simpel. Het probleem is, dat de patiënt zekerheid en bevestiging komt kopen bij de arts. Helaas kan die hem alleen maar waarschijnlijkheid bieden. Waarschijnlijkheid is haalbaar en betaalbaar. Zekerheid is niet altijd bereikbaar, kan zeer duur zijn, onnuttig en zelfs gevaarlijk.

Er is natuurlijk een wereld van verschil tegen pakweg voor de Tweede Wereldoorlog.
In hun relatie met artsen hebben patiënten veel meer zelfvertrouwen en kennis verworven. Eisen en verwachtingen zijn sterk toegenomen.
Ook artsen benaderen hun eigen medische kennis en kunnen veel kritischer. Omgaan met onzekerheid is een belangrijk thema geworden in de opleiding van de artsen. Zij hebben ook leren denken in termen van Evidenced Based Medicine. De getrainde arts terzake zal misschien begrippen hanteren als vòòrkans, aantonende en ontkennende kracht van argumenten. Maar lang niet altijd. Ervaring en intuïtie geven ook een toegevoegde waarde aan de kennis.

Als arts moeten we de wetenschappelijke explosie nog goed leren hanteren. We moeten vooral leren hoe we daarmee moeten omgaan naar de patiënten toe. Hoe meer de arts weet, hoe onzekerder hij wordt.
Er is zowaar een cultuurverschil tussen de zoektocht naar zekerheid van de patiënt en de zoekende onzekerheid van de arts. Dat beïnvloedt de communicatie tussen arts en patiënt. De aureool die de arts vroeger uitstraalde is gestaag weggedeemsterd.

De onzekerheid van de medische professie verkopen aan de patiënt is andere koek. De modale arts wil geen valse verwachtingen creëren, maar ook niet afgaan als een gieter.
Charlatans, genezers en toverdokters gaan er moeiteloos mee om, het is hun vak. Daar artsen niet over die aureool beschikken, blijft overleg met de patiënt over het aanwenden van diagnostische middelen en over de verwachtingen die men mag hebben in de geneeskunde, een nieuwe uitdaging.


Dr. Karel De Koker                         (Editoriaal uit Wetenschappelijke Tijdingen, september 2005)



ONBEVANGEN SPEELSHEID

Binnenkort heeft een groot deel van de bevolking uitzicht op een heerlijke vakantie. Niet iedereen, dat vergeten we al eens. Maar ook voor wie met vakantie gaat, geldt het adagium: ‘geen lust zonder last’.

Daar staan een paar duivelse uitvindingen garant voor. Examens en belastingaangifte. Beide zijn een van de weinige zekerheden in het leven. Je hoort me ook niet zeggen dat ze onnodig zijn. Maar waarom ons dat nu net in de mooiste tijd van het jaar moet beslommeren, is me een raadsel. Weg die onbevangen speelsheid van juni.

Examens hebben nog nooit een student kunnen bekoren, of hij moet al masochistische trekjes hebben. Drievierde van de studenten zou er volgens recente enquêtes stress bij hebben. Vroeger niet natuurlijk, want toen werd dat nog niet bevraagd. En iets wat je niet meet, bestaat niet.

Toch volgen ze thuis schaamteloos en uitgebreid het EK Voetbal. We sluipen niet op kousenvoeten door het huis en doen gewoon gewoon. Of toch niet helemaal. Meer zorg om beschikbaar te zijn. Tandje bijsteken voor potentiële examenvragen. Tersluiks toch wat meer vertroetelen en aandacht voor rust?
Tweevijfde van de ouders zou een paar dagen vakantie nemen om hun kroost bij te staan tijdens de examens. Ouders die zelf ook steeds meer geconfronteerd worden met eisende en stresserende arbeidsomstandigheden. Willen ze hun kinderen hiervoor behoeden of er leren mee omgaan?

En toch hebben vele ouders het ganse schooljaar hun best gedaan om hun kinderen te begeleiden. En heel wat scholen zorgen de dag van vandaag voor programma's om ouders met minder bagage te ondersteunen.

Mooie verhalen overtuigen niet altijd. Ook al zijn ze heel echt waar.
Zoals het mooie verhaal dat er zonder wiskunde duisternis zou heersen: wiskunde als moeder van alle wetenschappen. Puur en bloedmooi in zijn abstractie. Maar de jeugd kijkt argwanend als je de esthetiek van de wiskunde durft te bejubelen. Ze is niet altijd in vervoering voor een mooi, helder en bondig bewijs. Ze is er wel gevoelig voor dat we zonder die ‘saaie’ wiskunde een wereld hadden zonder gsm’s, computerspellen, elektrische gitaren en brommers.
Aversie voor wiskunde is natuurlijk al langer bij velen ingebakken.

Nieuw is wel de taalslordigheid. Nu ben ikzelf nooit zo dol geweest op die vreselijke Franse werkwoorden. Uitspraak Engels leek me een nachtmerrie.
Wat je nu soms hoort op openbare omroepen lijkt me niet altijd pluis. Het is blijkbaar ook bijzonder ongehoord sms’jes te plegen in behoorlijk Nederlands. De standaardtaal gaat zienderogen achteruit. Jammer voor leraren Nederlands die blijkbaar als eindterm alleen een ‘bruikbaar’ Nederlands moeten halen.
Toch blijven nauwkeurig formuleren, een verhaal vertellen en overtuigen, belangrijke instrumenten in de samenleving. Taal is vaak krachtiger dan wapens.

Onderwijs is al langer het stadium van overbrengen van schoolse kennis voorbij. Verwoorden en creatieve oplossingen voor problemen leren zoeken, zijn een gelukkige nieuwe trend. Ook een opdracht voor onze kinderen.

Laten we mild, begrijpend en steunend zijn als het misloopt. Samen vreugde hebben en naar de toekomst kijken als het goed loopt.
Prettige vakantie!

Dr. Karel DE KOKER                                         (Editoriaal Wetenschappelijke Tijdingen, juni 2008)





CONSUMPTIE EN GEWELD

Eindejaar en de soldenmaand zijn hoogdagen voor onze consumptiegevoelige medemens. Met cadeaus en solden wordt er blijkbaar niet gesold.
Unizo, Bancontact en kredietkaarten brengen ons financiële gedrag onfatsoenlijk nauwkeurig in kaart. Ik stond versteld van de bedragen die per gezin besteed worden.
Kredietkaarten en financieringsfirma's helpen de consument om ongegeneerd in het rood te gaan. Ook al is de zomervakantie misschien nog niet afbetaald. Een paar honderdduizend gezinnen zijn er de dupe van. Wie kent er geen mensen die ondoordacht oeverloos in de schulden zitten?

Het is soms een moeizame zoektocht naar het ultieme cadeau om familie en vrienden te plezieren. Jachtig rondstruinend in drukke winkels. Maar de blijheid en enthousiasme waarmee deze cadeaus in ontvangst worden genomen, kregen een flinke deuk. E-Bay onthulde dat nogal wat van deze liefdevol uitgezochte cadeaus, binnen de kortste keren harteloos en schaamteloos in harde valuta worden omgezet.

Natuurlijk hebben u en ik ook wel zo'n cadeaus die behoren tot het genre nutteloos, onzinnig en zelfs smakeloos. Maar toch wen je eraan, en na verloop van tijd kan je er zelfs vertederd naar kijken. Tot in een nabij verleden was het 'not done' je van zoiets te ontdoen. Porselein kon je natuurlijk wel uit de handen glippen.

Van de weeromstuit hebben we ons op een heerlijk sombere dag uit de verlichte straten teruggetrokken in de gevangenis van Tongeren. Vrijwillig welteverstaan.
Het gaat om een recent gesloten gevangenis, met een permanente opendeur voor bezoekers. Niet zoals in Dendermonde dus.
Enkele cellen zijn authentiek bewaard. De nachtemmers zijn wel leeggemaakt. Het geeft een ontstellend benauwend gevoel. Cellen van 2,5 op 2,8 meter voor twee of drie mensen. Tegen het plafond een klein raampje zonder uitzicht. Je kan je gemakkelijk inleven in de spanning tussen die mensen en in hun irritaties om onbenulligheden. Letterlijk om de muren op te lopen. De kinderen huiveren en hebben de celdeur niet graag toe.

Alleen uitzicht op muren, beschreven met de bedenkingen van de vorige bewoners. Behangen met tijdschriftfoto’s van onbereikbare schaars of minder geklede vrouwen. Steeds onzichtbaar begluurbaar door een cipier. Privacy nul. Brieven gelezen en telefoon afgeluisterd. Het gedicteerde doen en laten.
Er liggen wat dagboekfragmenten van Jan met de Pet die een misdaad begaan heeft. Geen beroeps dus. Met reflecties over hoe het zover kunnen komen is. Over berouw en spijt, dat steeds na de zonde komt. Vaak ingetogen en verhelderend, wellicht ook therapeutisch voor de gevangene.

Iedere huisarts heeft wel ex-gedetineerden in zijn patiëntenbestand. Zo ken ik een innemende, vriendelijke en zelfs zachte man. Tot de stoppen doorsloegen. En hij een moord pleegde.
Dit is natuurlijk geen pleidooi voor straffeloosheid van misdaden. Maar we stelden ons tijdens de terugreis wel vragen of een mens beter wordt in de gevangenis. Je kan er zoveel 'leren'’.

Huisartsen zien regelmatig de gevolgen van overconsumptie en geweld.
Over geweld kunnen we nog een woordje meepraten. Maar niet over onverwacht emotioneel geweld. Een bevlogen strafpleiter als Vermassen heeft er wel achteraf een plausibele verklaring voor. Maar dat is geen preventie. Hebben huisartsen een rol in preventie van geweld?
Preventie van overconsumptie ligt zeker nog moeilijker: alras gecatalogeerd als bemoeizucht. Tot het tot treurnis leidt, met OCMW en budgetbeheer.
Maatschappelijke ziekten waar we geen vat op hebben?

Dr. Karel DE KOKER                                (Editoriaal uit Wetenschappelijke Tijdingen, januari 2007)



BEELDEN VAN ZEVENTIEN

Trots staat onze zoon in zijn volle lengte voor mij. Straks zeventien. Hij monstert zijn vader met gespeelde meewarigheid. ‘Je bent klein geworden’.
Op een dag merk je inderdaad plots dat je zoon een handlengte groter is geworden. Hij is natuurlijk die morgen niet groter opgestaan. Maar het leven gaat geruisloos verder, tot je er bij momenten verrassend mee geconfronteerd wordt. Dat zijn dan beelden en momenten die bijblijven.

Ik had er mij al bij neergelegd bij armworstelen ook al het onderspit te moeten delven. Hij doet aan bodybuilding-zonder-hormonen. Waarschuw hem tegen het Schwarzenegger-look. Daar vallen interessante vrouwen niet voor, zegt zijn weliswaar niet atletische vader. Die heeft het niet zo voor vrouwen met hopen piercings en tattoo’s, in leren jassen op een moto.
Zoonlief ontkent niet dat boeiende vrouwen ook hersens hebben. Maar een jongen in zijn publiciteitsjaren zegt er meteen bij: ‘Ja, ja, maar de eerste indruk telt ook…’. Daar heeft hij een punt natuurlijk.

Zijn zus aanschouwt de hele toestand met meewarige filosofische blik. Vrouwen weten blijkbaar intuïtief dat mannen nooit volwassen zullen worden.

Het is een moment om terug te blikken op mijn eigen zeventienjarige leeftijd. Merkwaardig genoeg blijkt het in mijn herinnering weinig concreet, alleen een sfeerbeeld blijft over. Aan te vullen met anekdotes en merkwaardige gebeurtenissen. En met wat ik toen schreef of fotografeerde.
Het was wel een reuzetijd van verwachtingen en excentrieke plannen voor de toekomst. Van idealisme en verbondenheid met lotgenoten. Een tijd ook die je ondergaat en waarin je meedrijft in de tijdsstroom. De sores van de jongeren toen is verdwenen in de nevelen van de tijd.

Nu weten we als ouders en artsen niet altijd zo bijster veel van de heersende jeugdcultuur. Je vangt er flarden van op, je ziet en probeert te begrijpen. Generaties evolueren steeds sneller. Onderzoeken over jeugdcultuur zijn soms al verouderd bij publicatie. De interpretatie van de resultaten is nogal eens gekleurd: ze kan een afkeurend, waarschuwend of hoopgevend tintje hebben. Dikwijls leveren ze niet veel meer informatie dan wat we toch al menen te weten.
De huidige generatie is duidelijk meer consumptiegericht, de beeldcultuur is verder in opmars en verhalen over bijtjes en bloemetjes hoeven ze ook niet meer. Ze download schaamteloos muziek en houdt van merkkledij. Pesten op school wordt meer gerapporteerd. Schooldirecties ontvangen steeds meer getuigschriften van leerlingen die aan één of ander –isme lijden.

Sinds de oudheid beklagen de ouders zich over de nieuwe generatie. Toch komen al die generaties waarempel op hun pootjes terecht. Zij zullen de leefwereld hebben die ze zelf opbouwen en verdienen.

Opvallend is dat de huidige jeugd zelfzeker en trots in de wereld staat, soms verrassend taalvaardig is en vrij vlot over gevoelens en emoties praat.

De verwondering om de verkenning van de wereld, de trots om op die wereld te zijn en zijn ding te doen, de durf om naar buiten te treden zijn een belofte voor de toekomst.

Het hangen, prutsen, zeveren en branie van de adolescenten nemen we erbij. Tja, dat doet denken aan vroeger.
Hun ouders zijn alleen verantwoordelijk voor de wereld die ze voor hun kinderen hebben voorbereid.


Dr. Karel DE KOKER                                                 (Editoriaal Wetenschappelijke Tijdingen, oktober 2007)



Het verlies van de onschuld


 Ga dan al een keer met je kinderen een eerbare boekhandel binnen om een goed rapport te belonen. Vooraan in de winkel hangen een aantal posters met fijne vleeswaren. Zegt onze elfjarige dochter met een uitgestreken pokerface: ‘Blijf hier maar wat rondkijken papa, ik zal zelf wel gaan zoeken in de winkel.’  De zoon van veertien kan het grinniken niet laten. Nu ben ik de soms snedige mondigheid en humor van de kinderen wel al gewend, maar toch stond ik even perplex.
De onverbloemde openheid van de kinderen verrast mij nog steeds en stemt mij gelijk ook vrolijk. Maar hoe lang duurt het nog tot zij als volwassenen ingepast worden in een stroom van ideeën die ‘bon ton’ zijn en passen in de maatschappelijke eisen? Zullen zijn er hun eigenheid en originaliteit aan toe kunnen voegen?

Het verheugt mij nog altijd als mensen verroeste systemen in vraag durven te stellen. Of met nieuwe ideeën komen, die haaks staan op geldende normen. Vroeger had je daar hofnarren of profeten voor. Wie niet die ambitie had kon het ook proberen als ideoloog of als wetenschapper. Of gewoon met een origineel idee. Voorbeelden zat van wat ideeën van één man of vrouw aan onze beschaving hebben bijgebracht of toegebracht.

Ook in de medische wereld blijven trends tegentrends veroorzaken. Maar goed ook, kwestie van niet in te dommelen in zelfgenoegzaamheid.

Zoals u weet wordt er nu erg veel zorg besteed aan de opleiding van artsen. Andere artsen waarschuwen er dan weer voor dat we de capaciteiten van de artsen niet mogen laten verloren gaan door de opleiding.
Een paradox? Neen. Hiermee bedoelen zij dat de normerende richtlijnen van de opleiding oog moeten hebben voor de eigen persoonlijkheid van jonge artsen. Met hun eigen levensgeschiedenis en cultuur. Dat de onbevangenheid en originaliteit van jonge mensen niet blindelings mag verkapt in eenheidsworst. Dat prototypes een verschraling zijn van de verscheidenheid. Vele opleiders zeggen niet nee tegen deze gedachtegang. Zo hoorde ik een mooie verklaring van het woord educatie: komt van e-ducere: naar buiten leiden.

Dit sluit meteen aan bij een visie rond EBM. Het is genoegzaam bekend dat meer medisch handelen dan ons lief is deze toets niet doorstaat. Sterker nog: als we voor bepaalde aandoeningen die EBM beheersen, komt dat heel vaak niet tot uiting in ons feitelijk handelen. Dit feit benoemen alleen al wekt bij sommigen wrevel. Nochtans behoort de studie van de randvoorwaarden, die verantwoordelijk zijn voor dat fenomeen, evengoed tot de EBM.

Het ‘kunnen verzaken aan de plicht’is ook iets wat diskreet opgang maakt in de opleiding. In feite is het een besmetting uit de maatschappelijke discussie omtrent prestatiedwang en schuldbesef in onze westerse wereld. Vertaald naar  de opleiding betekent dat natuurlijk niet dat men artsen zonder plichtsbesef wil vormen. Het heeft te maken met het persoonlijk functioneren van de artsen. Het wil benadrukken dat men niet het onderste uit de kan moet willen halen, maar even goed aandacht moet hebben voor gezin en persoonlijke ontwikkeling.

Recent verscheen er een boek over de ‘cholesteroloorlog’. Zelden heeft een boek zoveel deining veroorzaakt in de medische wereld. Het ‘Kiwi-model’ staat eizona in het woordenboek. De farmaceutische industrie reageert krampachtig en argumenteert tegen Dirk Van Duppen. Vele argumenten scoren nogal zwak. Politici springen euforisch op de kar van de mirakelbesparing.
Zowel industrie als overheid geven werk aan topadvocaten voor een komende juridische veldslag. De discussie over een idee dreigt te worden vervangen door een gevecht tussen kommaneukers. De lobbyingmachine komt op kruissnelheid. Want het gaat om heel veel centen.
De auteur, wellicht verrast door de impact van zijn boek, waarschuwt voor zoveel voortvarendheid en benadrukt dat zijn idee met overleg dient ingevoerd. Het lijkt mij niet onmogelijk dat ook in andere Europese landen belangstelling ontstaat voor dit gedachtegoed. Hoe die idee verder ontwikkelt zullen we pas binnen enkele jaren zien. Best mogelijk dat het een eigen leven gaat leiden en dat het boek vergeten wordt. Dat is vaker het lot geweest van een oorspronkelijk idee..


We schuiven stilaan naar eindejaar. De eindejaarsconferences en de toespraak van de Koning hebben we nog te goed. De warmte van de familiefeesten natuurlijk ook. Ik wens iedereen van harte een prettige Kerst en een Gelukkig Nieuwjaar. Met veel onschuld en ontvankelijkheid in het nieuwe jaar.


Dr. Karel De Koker                                (Editoriaal Wetenschappelijke Tijdingen, december 2004)



ZWAVELSTOKJES



In mijn prille jeugd vond ik het sprookje van ‘het meisje met de zwavelstokjes’ een indrukwekkend en beklijvend verhaal. U weet wel: het meisje dat met glinsterende ogen door het raam keek naar feestende mensen, terwijl het zich warmde aan de onverkochte zwavelstokjes. Tot het tenslotte verkleumd stierf in de sneeuw.

Een verhaal uit een tijd dat armoede nog zichtbaarder was en met minder taboes omgeven. Een jarenlange sociale strijd en economische ontwikkeling zorgden ervoor dat de gemiddelde levenstandaard nu een heel stuk hoger ligt. Een sociaal vangnet vijlt de ergste kantjes van de armoede. Maar ieder van ons kent mensen die door de mazen van het net zijn gevallen, soms door eigen schuld, vaak (kans)arm geboren of gewoon brute pech.

De kloof tussen rijk en arm wordt steeds groter. In 1997 bezat 1% van de Belgen 25 % van het totale Belgische vermogen (4.7 miljoen € per gezin), 10 % bezat 50% (1.2 miljoen € per gezin). Deze trend neemt nog toe, en is op wereldniveau uiteraard nog veel meer uitgesproken.
De andere Belgen die het moeten ‘rooien’ met het resterende vermogen, kan je natuurlijk nog niet arm noemen. Toch worden honderdduizenden Belgen geconfronteerd met een wurgende schuldenlast, in een zorgwekkend stijgende lijn.

Er is natuurlijk wel een minder goede economische conjunctuur. Maar de ten top gedreven consumptie is hier ook niet vreemd aan. Handig begeleid door marketinglui en reclamejongens die onnodige behoeften creëren. En zonodig een schuldgevoel bezorgen als aan onvervulde verlangens niet voldaan kan worden.

Tijdens de eindejaarsperiode, als mensen langs de uitstalramen schuifelen, krijg je weer het gevoel dat alles te koop is. Maar niet voor iedereen en toch niet alles. Geluk en sfeer koop je niet in en cadeauverpakking. Gezondheid ook niet.

Toch verwordt de gezondheidszorg steeds meer tot een consumptieartikel, met eigen marketing en eigen economische wetten.
Ongezonde leefgewoonten worden te lijf gegaan met pakjes uit de natuurwinkel, met medicatie en met hoog-technologische ingrepen. Zelfzorg en mantelzorg worden steeds meer uitbesteed aan professionelen.
Diezelfde professionelen worden steeds meer kritisch benaderd. Terecht, maar vaak op erg subjectieve gronden. Hocus-pocus en duur scoren soms verrassend goed.

Maatschappelijke status wordt vaak beoordeeld naar het toegedichte inkomen en niet naar kennis of verdienste. Het kan bvb best dat het benadrukken in de media van het lage uurloon van de huisarts –terecht overigens-, zijn maatschappelijk aanzien naar beneden haalt.
De huisartsen die naar het buitenland trekken of afhaken trekken nu de aandacht. Maar het is alleszins een feit dat de vlucht uit de non-profit sector naar een beter betaalde nine-to-five job al veel langer bezig is. Ziekenhuizen en bejaardentehuizen zoeken al jaren moeizaam verpleegkundigen en verzorgenden. Het tekort is er zichtbaar geworden.

Het is een teken aan de wand dat de ‘witte sector’ verlaten wordt. Het gaat dan echt niet alleen om de centen, maar vooral om levenskwaliteit en gebrek aan maatschappelijke waardering. De velen die zich van harte blijven inzetten verwarmen zich niet aan een ‘zwavelstokje’, maar aan de arbeidsvreugde en het respect, dat ze vaak genieten van patiënten die dicht bij hen staan.

Dr. Karel DE KOKER                             (Editoriaal Wetenschappelijke Tijdingen, december 2002)





DE POORT NAAR HET GELUK



Deze maand is het vrolijke geweld in de tuinen en op straat verstomd.  De vrijheid-blijheid van de vakantie is voor de kinderen abrupt geëindigd.  Zij werden door de schoolpoort in het strakke keurslijf van de school geperst.  Op televisie kon je de klassieke naïeve beelden zien van wenende kleuters - van hen wordt wenen nog getolereerd - en van wat oudere kinderen met grote boekentassen vol wijsheid.

Zo’n eerste schooldagen scheppen verwachtingen. 
Kinderen kijken uit naar het onbekende en naar de vakantieverhalen van de vrienden. 
Ouders hopen dat hun kinderen hun - soms eigen onvervulde - dromen zullen waarmaken.
De maatschappij verwacht dat de gigantische investering die het onderwijs toch is, terugverdiend wordt.  Eindtermen moeten helpen om studenten naadloos in de productieve maatschappij in te passen. 
Leerkrachten, voor zover ze nog niet aan burn-out lijden, willen dat allemaal met veel goede moed en bedoelingen waarmaken. 

Maar in de confrontatie met de realiteit worden verwachtingen niet altijd ingelost.  En dat heeft zijn prijs.  De prijs die ervoor betaald wordt zien we vaak op spreekuur.  U herkent het beslist.

Kinderen uit de lagere school die tot 22.00 uur ‘blokken’.  En met tranen in de ogen en slapeloos zeggen dat ze ‘het’ nog niet kennen.  De dreiging van de eindtermen. Competitie.
Verhalen van pesterijen op school, soms regelrechte agressie en maffiapraktijken.  Oudere studenten voor wie na de studie het spook van werkloosheid of nepstatuut dreigt.  Die al weten dat om een goede baan te treffen, relaties even belangrijk zijn als studieresultaten.

Ouders klagen van gedragsveranderingen van hun spruit tijdens de schoolperiode, hebben moeite bij het volgen van de taken van hun kinderen (die moderne wiskunde, meneer), zien de school een flinke hap nemen uit hun budget en staan hulpeloos bij conflicten tussen hun kind en de school.

Leerkrachten worden toenemend geconfronteerd met regelgeving, eisende ouders, tuchtproblemen en agressie.  Zowat alle leerkrachten beamen dat agressie op school, ook bij de ‘kleintjes’, zienderogen toeneemt.  ‘Al die ontwrichte gezinnen, dokter, die sleutelkinderen!’
Leerkrachten observeren geweld, maar hebben er lang niet altijd een antwoord op. 
Burn-out is niet langer een woord waarover men zich schaamt in het onderwijs. 
  
Hebben wij het onderwijs dat we verdienen?  Onderwijs als spiegelbeeld van de maatschappij?  Of kan/moet onderwijs een corrigerende functie hebben, niet gevat in dwingende competitie en prestatie?
Dan gaan we er natuurlijk van uit dat leerkrachten inzien dat leren leren belangrijk is, dat weten, kennen en doen verschillende dingen zijn, dat onderwijs nog iets anders is dan kennis bijbrengen.

Kinderen opvoeden is geen sinecure.  Het betekent ook creatief en betekenisvol leren omgaan met kennis, mensen, relaties, levensperioden.  De basisvaardigheden voor het leven als het ware.  Gelukkige kinderen zijn immers belangrijker dan vaten vol kennis.  Spijtig genoeg worden veel van die taken door de ouders ‘uitbesteed’ aan de school.  Een trend die ik alleen maar kan betreuren.


Dr. Karel DE KOKER                   (Editoriaal Wetenschappelijke Tijdingen, september 1998)